01-03-2011

Hoe groot is het effect van de omgeving op onze kinderen?

Auteur Paul Roelofsen
Organisatie Grontmij
Het Astma Fonds heeft deze maand een petitie overhandigd aan de Tweede Kamer waarin zij pleit voor een wijziging op het Besluit gevoelige bestemmingen in de Wet Milieubeheer. Een school kan nu nog gebouwd worden binnen 300 meter van een snelweg of 50 meter van een provinciale weg als blijkt uit onderzoek dat de waarden van de luchtkwaliteit de norm niet overschrijden. Het Astmafonds wil deze norm niet meer: “bouw gewoon nooit meer een school binnen 300 meter van een snelweg”.

Paul Roelofsen van ingenieursbureau Grontmij begrijpt het standpunt van het Astmafonds: “In Nederland leven we met regel- en wetgeving. Maar grenzen geven ook aanleiding om uitzonderingen toe te staan. Normen en richtlijnen zijn mede daardoor continu in ontwikkeling. En de wet blijkt in de praktijk rekbaar. Ook als het gaat om de invloed van de luchtkwaliteit op de mens. Wil je daar toch een standaard zoals een luchtkwaliteitsnorm op kunnen toepassen, dan moet je daarin zo consequent mogelijk willen zijn. Als blijkt dat dat in de praktijk niet gebeurt, kan ik mij de reactie en de ongerustheid van het Astma Fonds voorstellen.”

Fijnstof komt overal
De bouwkundige schil van een gebouw kan fijnstof niet tegenhouden. Het zal via gaten, kieren, naden en het ventilatiesysteem in het gebouw dringen. De allerkleinste stofdeeltjes worden niet door slijm en trilharen ingevangen en kunnen tot in de allerdiepste vertakkingen van de longen, de longblaasjes, doordringen. Als een kind herhaaldelijk aan deze stof wordt blootgesteld zal de hoeveelheid in de longen toenemen. Deze onoplosbare kleine deeltjes kunnen wel tot een jaar in de longen blijven en al die tijd effect hebben op het functioneren van de luchtwegen.

Luchtkwaliteit beïnvloedt de leerprestatie
Slechte luchtkwaliteit is in de eerste plaats een gezondheidsprobleem maar heeft ook een negatieve invloed op het comfort en de leerprestaties van kinderen. Recente onderzoeken van de Technische Universiteit in Lyngby (Denemarken) en TNO, tonen aan dat leerlingen fors minder presteren als de luchtkwaliteit niet deugt. Ergo, een goede CITO-toets vereist een goed binnenklimaat.

Meer onderzoek
Uit onderzoeken van o.a. Grontmij, GGD's en TNO blijkt dat op acht van de tien scholen in Nederland het slecht tot zeer slecht gesteld is met het binnenmilieu. In Nederland schort het vooral aan de ventilatie. De wettelijk toegestane waarde aan kooldioxide (CO2) wordt regelmatig overschreden met ernstige fysieke gevolgen, zoals hoofdpijn, misselijkheid, concentratieverlies, flauwvallen, etc. Goede ventilatie kan echter alleen met goede buitenluchtkwaliteit. Is het dan niet zorgwekkend dat scholen in de directe omgeving van (snel)wegen staan?

Ja, zegt het Astma Fonds en stelt voor de grenzen strikter toe te passen, dus zonder uitzonderingen. Grontmij verbaast zich ook regelmatig over de regelgeving en alternatieve wegen die met uitzonderingen bewandeld kunnen worden om plannen die met goed verstand niet verstandig lijken, toch door te laten gaan. Grontmij onderschrijft dus het standpunt van het Astmafonds maar stelt ook dat bepaalde dosis-effect-relaties onvoldoende bekend zijn. “Er is meer wetenschappelijk onderzoek nodig naar de fysische verschijnselen en de reactie van de mens. De huidige kennis op dit gebied is nog te beperkt om de gevolgen op voornoemde aspecten volledig in te schatten.” aldus Paul Roelofsen van Grontmij. “En tot dan heeft niemand gelijk of ongelijk.”

Een norm is een norm: wat doen we daar nu mee?
Maar wat doen we dan tot die tijd? Lucht kun je niet gezond ‘rekenen’, zegt het Astmafonds. Eens, maar de norm is er en staat voor een grens die met het huidig inzicht ons tot het beste besluit moet laten komen. Als je die norm buitenspel zet, zet je de ontwikkeling van het onderzoek naar die norm ook op slot. Wil je bouwnormen aanpassen, dan moet er wetenschappelijk onderzoek worden gedaan. Tot die tijd dienen we met ons gezond verstand en de gebruiker (kinderen, ouderen, zieken) centraal zo goed mogelijk binnen de in Nederland geldende wetgeving naar oplossingen en alternatieven te zoeken.

Wat zegt het Besluit gevoelige bestemmingen?
Sinds16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) van kracht in Nederland voor de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof en stikstofdioxide. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Scholen, verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen, kinderdagverblijven en gebouwen met vergelijkbare functies vallen onder dit besluit.

Het besluit wijst 300 meter-zones aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter-zones langs provinciale wegen aan als gebieden waar luchtkwaliteitsonderzoek nodig is. In een gebied waar de waarden voor fijnstof of stikstofdioxide (dreigen te) worden overschreden, mag het aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Op zo’n plek mag dus geen school komen.

Uitzondering
Het Besluit stelt echter ook dat een uitbreiding van een bestaande gevoelige bestemming, is toegestaan bij een eenmalige toename van max. 10% van het totale aantal blootgestelden. Dus als een school wil uitbreiden en dat niet doet met meer dan 10% van het totaal aantal leerlingen, dan vinden we dat in Nederland goed.


Paul Roelofsen werkt als adviseur Binnenmilieu & Bouwfysica bij Grontmij. Roelofsen heeft diverse onderscheidingen gekregen voor baanbrekend onderzoek naar de relatie tussen de fysische werkomgeving en de prestaties van mensen. In 2004 ontving hij de IFMA Award of Excellence en in 2007 ontving hij de Gouden Krokus, een onderscheiding die Wolter & Dros jaarlijks uitreikt.
Een school kan nu nog gebouwd worden binnen 300 meter van een snelweg of 50 meter van een provinciale weg als blijkt uit onderzoek dat de waarden van de luchtkwaliteit de norm niet overschrijden. Maar de wet blijkt in de praktijk rekbaar. Ook als het gaat om de invloed van de luchtkwaliteit op onze kinderen.